Wegkijken

wolfDat Andreas Lubitz een depressie had die hij meesterlijk wist te verbergen, is het item van de dag. Natuurlijk kon je erop wachten toen op 24 maart het toestel van German Wings neerstortte, dat de plottertjes zich massaal erop zouden storten, als hongerige wolven op hun weerloze prooi. Die schreven vanzelfsprekend al snel dat het een “false flag” was, maar ook buiten dit hoekje konden we de gestoordste theorieën aantreffen: Wildersgekkie Pamela Geller bijvoorbeeld, die ervan uitging dat het gewoon een moslim was. Neonazi’s dachten juist weer dat het kwam omdat hij een Joodse homo zou zijn geweest.

Dat Lubitz niet de enige piloot was die zijn passagiers meenam in de dood, mag duidelijk zijn. Zijn voorgangers deden dat net als Lubitz zonder enige link met de Islam, het Jodendom of hun seksuele oriëntatie. Het zijn allemaal voorbeelden van piloten die het niet meer zagen zitten en in een moment van waanzin hun toestel te pletter lieten storten. Anders dan bij een ‘traditionele terrorist’ is de verontwaardiging kort, en wordt het drama al snel ‘weg-gefilosofeerd’. We neigen tot ‘wegkijken’.

Een goed opgeleide, cultureel en religieus neutrale man veroorzaakt een enorm drama en onmiddellijk gaat het ‘wegkijk syndroom’ in werking. Waarom is dat? Want het is zeker niet de eerste keer dat we dit bijna welgevallige onverschillige gedrag terugzien wanneer de ‘evil do-er’ uit onze eigen ‘roedel’ blijkt te komen.

Toen Karst Tates op Koninginnedag, bijvoorbeeld, met zijn auto inreed op de menigte in Apeldoorn zag je nagenoeg terstond dezelfde reactie. De volkswoede werd al snel minder toen bleek dat de dader van deze afschuwelijke aanslag een autochtoon is; “oeps eentje van ons?!” Hoe anders wanneer het wel een allochtoon zou zijn geweest, en dan het liefst met een beladen culturele of religieuze achtergrond; “de hel dat zijn die anderen.” Het verbaasde mij destijds al dat er in de reaguursel bak van de Telegraaf enigszins vergoelijkende commentaren verschenen. Uiteraard, zijn daad was niet goed te praten, máár Karst had schulden, zou zijn huis uit worden gezet, en meer van dit soort ‘verzachtende en verklarende omstandigheden’; de ultieme daad door een jongeman die alle kansen heeft gehad, zichzelf echter suf blowde, en vond dat het Koningshuis daar schuldig aan was. Jammer van de slachtoffers, maar dat hoort er helaas bij. Erg vervelend. Maar het hoort erbij.

Dan hebben we nog dat ander lichtend voorbeeld Tristan van der Vlis. Ook al psychisch niet helemaal tof, maar wel in het bezit van een wapenvergunning inclusief de daarbij passende vuurwapens. Een bloedige aanslag in een winkelcentrum met talloze dodelijke slachtoffers en gewonden was het gevolg van deze dodelijke combinatie. Vreselijk, maar ook ditmaal bleef de volkswoede uit. Wellicht omdat niemand zich hardop afvroeg of het niet misschien ‘één van die anderen’ was.

De vader van Tristan sprak – terecht – met liefde over zijn zoon tijdens diens crematie. Dat een vader met liefdevolle bewoordingen afscheid van zijn zoon kan nemen, ook al heeft deze zoveel leed veroorzaakt, is niet zo zeer logisch, maar vóóral een groot recht dat een empathische maatschappij koestert en tekent. Toch zijn de excuses die worden opgevoerd vanuit diezelfde maatschappij op zijn minst merkwaardig; “Tristan werd nou eenmaal vaak afgewezen tijdens sollicitaties”, om een bijzondere te noemen. Los van het feit dat een dergelijke opmerking weer alle kenmerken van het ‘wegkijk syndroom’ bezit, is het ook een waardeloos excuus. Hoeveel jongeren én ouderen worden niet herhaaldelijk of zelfs voortdurend afgewezen tijdens sollicitaties? Het absolute merendeel – autochtoon én allochtoon – gaat door, zet een tandje bij, soms gefrustreerd of eenzaam, maar gaat door. Zij transformeren niet in een Karst, Tristan of Andreas en besluiten niet met extreme lafheid zoveel mogelijk onschuldige slachtoffers deel te maken van hun afscheid.

In een column voor het NRC brengt Simone van Saarloos het ‘wegkijk syndroom’ op een interessante wijze in verband. Ze haalt de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han aan die onder meer stelt: “Yes, we can, is de ultieme formulering voor het positieve karakter van de prestatiesamenleving.” en verder beargumenteert dat het leven “radicaal vergankelijk” is geworden. Simone voegt daar aan toe: “Destructie is duurzamer dan opbouw.”, en “woede wordt gereduceerd tot behapbare ‘nare gevoelens’. Een manier van denken die nou eenmaal hoort bij onze moderne prestatiemaatschappij. Het lafhartig laten verongelukken van een passagiersvliegtuig dat onder jouw verantwoordelijkheid valt hoort daarbij. Dan lijken we ‘en masse’ bereid om weg te kijken, het terug te brengen naar ‘behapbare nare gevoelens’. Alsof het ons allen zou kunnen overkomen. We kijken weg, want “Voor die uitzonderlijke negatieve energie is geen ruimte. Alles draait door, positief en actief.”

Onacceptabel wat mij betreft. Lubitz was een volkomen gestoorde moordenaar met zelfmoordneigingen die willens en wetens zijn daad voorbereidde en uitvoerde. Daar mogen we nooit een excuus voor aanvaarden. En al helemaal niet van ‘wegkijken’. Net zo min dat we de ruimte moeten bieden aan ‘haatproducenten’ zoals Pamela Geller die dit soort moordenaars misbruiken voor hun persoonlijke dubieuze agenda. Of door, om het wat dichter bij huis te brengen, plotgekkies die er weer een kans in ontdekken om het verwarde koppie te ontlasten. Het is, om af te sluiten, zoals Goethe al schreef: “Zwaarder dan het kwaad zelf, is die keuze, die bevend tussen twee kwaden blijft zweven.”

Advertenties

5 thoughts on “Wegkijken

  1. Ik meet het af aan de hoeveelheid doden en vind elk motief om zoiets te doen gelijkelijk gestoord.

  2. @Kate Lans

    Nou ik niet, althans niet binnen de context van Dorothy. Het ‘buiten de eigen groep’ of onder de vlag van ‘overtuiging’ leed veroorzaken bij die anderen is vanuit de groep bezien minder dramatisch of wordt juist met meer woede ontvangen. Wanneer de jongen van het andere dorp verderop iemand uit jouw dorp een blauw oog slaat kan dat op meer woede en wraak rekenen dan wanneer iemand uit het eigen dorp hetzelfde doet. Dan is het toch vaak: hij zal het er wel naar gen=maakt hebben, of er zal wel een reden voor zijn.

    Wanneer iets gebeurt vanuit de eigen groep zijn we meer geneigd tot wegkijken. En wanneer het zo dramatisch is als de gegeven voorbeelden dan moet het haast wel ‘die anderen’ zijn.

  3. An sich ben ik het denk ik wel met Kate eens, maar dat is het punt van het stuk niet.

    Het eerste wat ik dacht toen ik hoorde dat één van de piloten het toestel vermoedelijk had laten crashen, was: “wordt lache, als het een moslim is”.

    Ik was alleen even vergeten hoe ver sommigen van ons al afgegleden zijn, en dat “wat niet is”, er altijd nog van gemaakt kan worden. Naast dat hij natuurlijk ook een Joodse homo was, maar dat spreekt voor zich.

Reacties zijn gesloten.