Het burgerarrest, hoe zit dat nou?

Reblogged van Disputax.

Wist u dat u in Nederland, als burger, de bevoegdheid heeft een verdachte van een strafbaar feit eigenhandig aan te houden? Wanneer magdawel en wanneer magdaniet?

De verdachte

De wet regelt wie verdachte is; dat is iemand tegen wie op grond van feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestaat.

Artikel 27 Wetboek van Strafvordering

1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.

2. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wien de vervolging is gericht.

3.  De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.

De aanhouding

Als burger mag u zo’n verdachte dus aanhouden. Voorwaarde daarbij is dat u het door hem gepleegde feit heterdaad zag gebeuren. Buiten heterdaad mag u dus niet aanhouden. Heeft u gezien dat u fiets gestolen werd en ziet u de dader een week later lopen, dan mag u hem dus niet bij zijn kladden grijpen.

Artikel 53 Wetboek van Strafvordering

1. In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd de verdachte aan te houden.

2. In zodanig geval is de officier van justitie of de hulpofficier bevoegd de verdachte, na aanhouding, naar een plaats van verhoor te geleiden; hij kan ook diens aanhouding of voorgeleiding bevelen.

 3. Geschiedt de aanhouding door een andere opsporingsambtenaar, dan draagt deze zorg dat de aangehoudene ten spoedigste voor de officier van justitie of een van diens hulpofficieren wordt geleid.

 4. Geschiedt de aanhouding door een ander, dan levert deze de aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van mogelijk in beslag genomen voorwerpen, die dan handelt overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande lid en, zo nodig, de artikelen 156 en 157.

Nadat u de verdachte heeft aangehouden dient u hem dus “onverwijld” aan een opsporingsambtenaar over te dragen. In afwachting van de komst van die opsporingsambtenaar mag u de verdachte verhinderen het hazenpad te kiezen en daarbij mag u dwang uitoefenen. Zo veel als nodig is om de verdachte ter plaatse te houden.

Mocht dat nodig zijn om uzelf te verdedigen mag u zelfs proportioneel geweld gebruiken, het door u gebruikte geweld moet dus in verhouding zijn met het geweld dat de verdachte gebruikt. Het gebruik van wapens is daarbij niet toegestaan, dat is aan de politie voorbehouden. Als u dat geweld vervolgens ook maar direct staakt zodra de verdachte zich overgeeft of weerloos raakt. Alles wat u daarna nog aan geweld gebruikt is eigenrichting en dat mag natuurlijk niet.

Inbeslagname

Ook als u als burger een aanhouding verricht bent u bevoegd zaken, die de verdachte met zich mee voert en die voor inbeslagneming vatbaar zijn, in beslag te nemen. Fouilleren mag u hem niet.

Artikel 95 Wetboek van Strafvordering

Hij die de verdachte aanhoudt of staande houdt, kan voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, door deze met zich gevoerd, in beslag nemen.
Met betrekking tot het onderzoek aan het lichaam of de kleding van de aangehouden verdachte geldt de bepaling van artikel 56, eerste tot en met vierde lid. 

Aanhouding wel, staandehouding niet

Wat u als burger in het geheel niet mag is een verdachte staandehouden. Deze bevoegdheid is voorbehouden aan opsporingsambtenaren.

Artikel 52 Wetboek van Strafvordering

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd den verdachte naar zijn naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en woon- of verblijfplaats te vragen en hem daartoe staande te houden. 

U bent, als burger, dus niet bevoegd een verdachte naar zijn identiteit te vragen en hij hoeft zich aan u dan ook in het geheel niet te identificeren. Dat is hij alleen aan het bevoegd gezag verplicht.

Artikel 2 Wet op de Identificatieplicht

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8a van de Politiewet 1993, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.

Vitalifabels

Op buurblogs Barracuda en Swapichou werd al aandacht besteed aan soevereinen die al te enthousiast en opmerkelijk slecht geïnformeerd aan de slag zijn gegaan met het burgerarrest. Zo werd een deurwaarder gegijzeld en werd gepoogd een rechter aan te houden. De deurwaarder in kwestie legitimeerde zich zoals voorgeschreven in de Gerechtsdeurwaarderswet, door middel van het daartoe door de Minister afgegeven legitimatiebewijs. Meer hoefde ze wat dat betreft niet te doen.

Het vasthouden van deze deurwaarder miste dan ook de rechtelijke basis, die nodig is voor een aanhouding, en dan spreken we in feite dus al over een wederrechtelijke vrijheidsberoving. Werd de deurwaarder bij de schermutseling pijn toegebracht, dan loopt loopt men ook nog het risico mishandeling ten laste gelegd te krijgen.

Vermakelijke kost misschien, ware het niet dat zulke stunts een verspilling zijn van tijd en belastinggeld. De dames en heren rechters hebben het al druk genoeg en ook de politie kan zijn tijd wel beter gebruiken. Alle lof overigens voor het engelengeduld waarmee deze soevereinen werden behandeld.

Daarnaast is het wel erg schrijnend te zien hoeveel problemen deze mensen zichzelf op de hals weten te halen. Van rechtszaken en huisuitzettingen tot aanhoudingen. Dat is toch treurig.

Advertenties