Twintigste eeuwse Hocus Pocus (1)

Svengali_as_a_spider_in_his_webHieronder volgt deel één van de vertaling van een lezing gegeven door  mijn dierbare vriend Carl Abrahamsson, die nog gepubliceerd gaat worden door de Zweedse uitgeverij Edda, die zich specialiseert in esoterische boeken. Het maakt deel uit van een serie door Carl gegeven lezingen die gebundeld werd onder de titel “Reasonances”. Deze lezing is een beknopt overzicht van de geschiedenis van het occultisme in de twintigste eeuw en laat de samenhang zien met de ontwikkeling van de beeldende kunst, die daar sterk mee samenhangt, zoals Carl demonstreert.

Abrahamsson is een schrijver en uitgever met een specialisatie in kunst, entertainment en geschiedenis van de esoterie. Ook is hij een muzikant met zijn eigen label “Highbrow Lowlife”, documentairemaker, beeldend kunstenaar en portretfotograaf. Daarnaast geeft hij regelmatig lezingen op universiteiten en kunstacademies. Recentelijk debuteerde hij met zijn eerste roman, Mother, have a safe trip, dat het midden houdt tussen een occulte sex thriller en psychedelische literatuur.

Enjoy!

Het is onmogelijk om in de beperkte voor dit opstel beschikbare ruimte een volledig overzicht van de geschiedenis van twintigste eeuws occultisme te geven. Maar ik zal een poging wagen en laten zien op welke punten deze geschiedenis volgens mij samenvalt met relevante figuren of ontwikkelingen in de kunst uit de twintigste eeuw.

Zoals gewoonlijk is het eerste probleem dat we tegenkomen er één van definitie. Het lastige is, dat wat onder occultisme verstaan wordt van persoon tot persoon verschilt. Laten we daarom voor de overzichtelijkheid een opsomming maken van wat occultisme is, of zou kunnen zijn:

  • De hantering van onzichtbare krachten. Immers, in het Latijn betekent “occult” letterlijk “verborgen”.
  • Solo of groepsactiviteiten waarin leden visies hebben, veelal idealistische en verheven doelstellingen, die ze door middel van onconventionele, niet door de wetenschap van dat moment geaccepteerde methoden proberen te bereiken. Deze doelstellingen kunnen zelfontwikkeling, zelfverheffing, de ontwikkeling van genezende krachten, of verbetering van het ecosysteem omvatten en zelfs het streven naar wereldheerschappij. En een oneindige hoeveelheid andere doelstellingen.
  • Het kan begrepen worden als een generieke term voor klassieke metafysische onderwijzingen, die in hedendaagse conservatieve structuren nog springlevend zijn: van neoplatoonse filosofieën tot aan alchemisten en astrologen, wiens leringen zich ontwikkelden in morele filosofieën, de basis vormen van de hedendaagse chemie, natuurkunde en de kosmische diepten van astronomisch onderzoek. Maar tegelijk kan het begrepen worden als het werk van hedendaagse adolescenten die een nieuwe semantiek ontwikkelen en met behulp van het internet nieuwe onderzoekssystemen verkennen, of die designer drugs gebruiken om hun zelfbewustzijn en dat van anderen te verruimen.

Het is kortom lastig te definiëren. Veelal werden we beïnvloed en mogelijk verward door de manier waarop occultisten gepresenteerd werden in fictie en kunst: als fascinerende Faustiaanse figuren, als een zielzuigende Satanische Svengalis, of als megalomane monsters die zich de corruptie en verwoesting van alles wat ze onder ogen komt voor de geest houden.

Kijkend naar de geschiedenis van het occultisme zien we dat dit allemaal wel klopt… Maar als we ernaar kijken vanuit het perspectief van de protagonisten, beschouwen ze zichzelf vanuit een wat vriendelijker licht: illuminati, illuminators, leraren, gidsen, profeten, priesters, etc. Het hangt allemaal af van het gezichtspunt.

Het is een fascinerend onderwerp, dat de aantrekkingskracht die het nog steeds uitoefent zeker verdient, met name omdat we tot op zeker hoogte allemaal geïnteresseerd zijn in het veraf gelegene, zowel binnen als buiten ons. Maar zeker ook omdat er zo veel intrigerende karakters in betrokken zijn, met hun zeer uiteenlopende en daarom interessante werk en denken.

Het is makkelijk om te zien dat de wereld van het occultisme uit de twintigste eeuw niet zo groot is: A onderwees aan B, die zich dan weer opsplitste en een nieuwe school oprichtte die C onderwees, wiens eerder incarnatie D was, de vader van A. Et cetera. Het is als een esoterisch sprookje of zelfs een soap opera. Veel van de kenmerken van deze soaps zijn in de meeste occulte ordes goed zichtbaar: eindeloze discussies, ruzies en incestueuze relaties die vaker en vaker tot tumultueuze en emotionele ontwikkelingen leidden,  waar schijnbaar noot een einde aan kwam.

Vergeef me als dit opstel in chronologisch opzicht wat van de hak op de tak springt. Dat is één van de problemen die je tegenkomt als je een systematisch overzicht probeert te geven van vreemde figuren, waarvan velen elkaar liefhadden, haatten en elkaar op verschillende momenten zelfs bevochten. En hun uiteenlopende ordes, sektes en constellaties die op verschillende momenten dan weer met elkaar fuseerden. Dus oefen zo mogelijk wat geduld uit en probeer een neutrale geest te bewaren.

Laten we eerst kijken naar het einde van de negentiende eeuw, die zich kenmerkte door een algehele sfeer van culturele decadentie. De intelligentsia waren het materialisme van de industrialisering zat. Er moest toch wel meer zijn dan het zijn van een fabriekseigenaar of arbeider? Er was toch wel meer spiritualiteit dan een rigide kerk die als voornaamste doel had om de werkende massa te verdoven?

Door het pionierswerk van de psychologen Freud en Jung, werd het irrationele the next big thing. Hieraan voorafgaand perverteerden de symbolisten en pré Raphaëlieten de klassieke methodes van de schilderkunst, door steeds diepere betekenissen met behulp van symbolen in hun beelden te stoppen. Multidimensionale facetten werden op tweedimensionale oppervlakken gecreëerd, terwijl perceptie en interpretatie de geest van de toeschouwer activeerden. In de literatuur en veel andere kunstvormen, stond het uitbannen en dan verruimen van geest en moraal op de agenda, bijvoorbeeld in het werk van Baudelaire en Lautreamont, om er maar twee te noemen.

Deze omwenteling van de rationaliteit veroorzaakte een behoefte aan een substantieel substituut. Velen wilden niet alleen het irrationele omarmen, maar ook een symbolische taal ontwikkelen die dieper groef in de menselijke psyche en het begrip van het universum.

Overal in de Westerse wereld keken de irrationele artiesten, schrijvers en academici terug in de tijd; naar de aloude mysteriescholen, middeleeuwse magiërs en het pionierswerk van alchemisten. Het imperialisme zorgde ook voor een invloed van bijvoorbeeld India op Engeland en van daaruit de rest van Europa. De romantische blik op het oosten was van grot belang voor de ontwikkeling van het twintigste eeuwse occultisme.

Gemeenschappelijk kenmerk hierin is de menselijke behoefte aan transcendentie. Het maakt in dat opzicht weinig uit of er een occulte groep of artistieke richting uit die periode bestudeerd wordt. Het voornaamste doel was waarschijnlijk het ontstijgen van het voorgaande, of dat nou een persoonlijk bewustzijnsniveau, of het wegbreken van een conservatieve schilderstroming betrof. Dat is waarom volgens mij occultisme, mystiek en kunst zich altijd gezamenlijk naar nieuwe grenzen bewogen, hand in hand. Op een bepaalde manier waren ze pioniers in het vooruitstuwen van de mensheid.

Als hun specifieke kenmerken (bijvoorbeeld de acceptatie van concepten als “ego”, het “onderbewustzijn” en hun relatie met de individuele wil, of hoe de pre-Raphaëlieten oude concepten gebruikten, maar de stijl en betekenis daarvan verbeterden) geïntegreerd werden met de culturele mainstream, is dat een teken dat de mensheid zich verder ontwikkelde. Het kan zo zijn dat niet iedereen deze richting toejuicht, maar het is nog steeds een onomkeerbare beweging.

De Hermetic Order of the Golden Dawn was rond de eeuwwisseling één van de sleutelorganisaties die doordrenkt was met Egyptische en Hermetische symboliek en technieken en leringen uit het oude Griekenland, Perzië en de Joodse mystiek. Prominente culturele figuren als William Butler Yeats, Algernon Blackwood, Aleister Crowley en vele anderen waren lid en werden onderwezen werden in de disciplines van de ceremoniële magie, waaronder elementale , astrologische en angelieke magie, tarot, Kabbala en vele andere esoterische onderzoeksvelden. Het was een zeer invloedrijke orde. Niet vanwege de grote hoeveelheid leden, maar vanwege de impact die het had op het occulte en culturele leven.

Crowley richtte later nieuwe ordes op, evenals Dion Fortune, een Britse schrijfster die betrokken was in een latere heropleving van de Golden Dawn. Israel Regardie, een Amerikaanse psycholoog leerde magie in de Golden Dawn (en later van zichzelf), nadat hij enige tijd de secretaris van Aleister Crowley was. later werd hij een leidend alternatief psychotherapeut, die tot aan zijn dood in 1985 magische technieken vermengde met de psychologische inzichten van Wilhelm Reich en anderen.

Psychologie en parapsychologie waren zeker in de mode. Overal in de zogenaamde “beschaafde wereld” vonden er seances in pseudowetenschappelijke settings plaats, telekinetische experimenten, onderzoek naar geesten en alternatieve research naar de functies van de hersenen en de geest – wellicht kunnen we spreken van vroege pioniers op het vlak van biochemie.

Een andere zeer belangrijke en misschien substantiëlere ontwikkeling was de heruitgave tussen 1907 en 1915, van j.G. Frazer’s The Golden Bough. Een klassieke studie van vervlogen tijden, culturen, religies, geloven, magische systemen en aanbidding van de natuur. In een periode van irrationeel verlangen vervulde dit enorme werk de behoefte aan een intellectuele en kwalitatieve studie naar de vele onderwerpen en gebieden waarover mensen zoveel decennia alleen gespeculeerd hadden.

Indirect had dit ook een beweging tot gevolg, die in historisch opzicht occult te noemen is, hoewel de beoefenaars ervan het een natuurreligie noemen. Margaret Murray’s The Witch Cult in Western Europe uit 1921 leunde zwaar op feiten (als dat de correcte term is) van Frazer. Dit boek, dat gezien wordt als een klassieker, bepaalde veel van wat heksen, wiccans en neopaganisten later gingen zien als objectieve geschiedenis.

Gerald Gardner, de voornaamste samensteller van moderne hekserij, leende van Murray en Frazer en verzon een cultus van vrije liefde en aanbidding van de natuur in een extatische rituele setting. Weinig hedendaagse heksen weten of willen weten, dat Gardner hulp kreeg van zijn vriend Aleister Crowley, in het bijzonder bij het schrijven van de rituelen. Crowley zag deze beweging als optimistisch: aanbidding van de zon en de natuur voor mensen die niet bereid waren om al teveel magische studies te doen. Hedendaagse heksen vinden het soms lastig om de bijdragen van Crowley aan de Gardneriaanse rituelen te onderkennen en beroepen zich liever op feministische vooroordelen in plaats van historische feiten.

Ook de theosofie was een belangrijke factor in de vroege dagen van de twintigste eeuw. De leringen van madame Blavatsky waren sterk beïnvloed door oosterse ideeën en technieken, die deel uitmaakten van een massale zoektocht in het westerse bewustzijn naar een spiritueel Utopia, een Shangri-La, waar Tibetaanse meesters de levens van anderen naar wens beïnvloedden. Blavatsky was goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het vlak van wetenschap en occultisme en was te vinden in Crowley’s zeer omvangrijke Equinox encyclopedie, waarvan het motto “The methos of science, the aim of religion” is.

Terwijl de harde kern van theosofen aan het fantaseren sloeg over de komst van echte Mahatmas en superleraren, kregen anderen daar genoeg van en probeerden nieuwe wegen in te slaan in hun zoektocht naar innerlijke waarheid. Eén van deze ontevreden theosofen was Rudolf Steiner, die de Antroposofie oprichtte. Hij was ook kort betrokken bij de zojuist opgerichte Ordo Templi Orientis, de OTO, een organisatie opgericht door hogegraads vrijmetselaren die et doel had om meer Oosterse technieken met hun gestructureerde manier van denken en opereren te integreren. Een andere oprichter van de OTO was Franz Hartmann, een andere ontevreden theosoof.

De enigmatische Steiner, met zijn elegant ontworpen Goetheanum,  krachtige persoonlijkheid en nieuwe beweging trok al snel veel mensen uit Europa en de Verenigde Staten aan. Eén van deze was de Zweedse kunstschilder Hilma af Klint.  Ze was een klassiek getrainde schilder, die vanaf 1904 boodschappen van entiteiten ontving tijdens publieke seances en privé meditaties. Eén van die entiteiten was een Tibetaanse Lama die haar opdroeg “afbeeldingen voor de tempel” te schilderen, waarop ze zich de rest van haar leven toelegde met een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen en discipline. Zij en Steiner onderhielden enige tijd contact, maar af Klint verkoos later de eenzaamheid van haar werk; Steiner kon niet het enthousiasme voor haar werk opbrengen waarop ze gehoopt had. Haar schlderijen zijn, zachtjes uitgedrukt, hun tijd vooruit. Het is geen overdrijving om ze tijdloos te noemen.

Vasily Kandinsky was een andere zeer belangrijke kunstenaar uit dit tijdvlak en zijn geschreven werk was minstens even invloedrijk als zijn schilderijen. Ik zal niet in al teveel details treden, maar in plaats daarvan een kort stukje uit zijn “Over de spiritualiteit in kunst” citeren; niet alleen om hem als kunstenaar te begrijpen, maar ook omdat het iemand was die probeerde te begrijpen wat er gaande was, de Zeitgeist,  zogezegd:

 “Als religie, wetenschap en moraliteit op hun grondvesten geschud worden, de laatste twee door de sterke hand van Nietzsche en de uiterlijke steunpilaren om dreigen te vallen, keert de mens zich van het externe naar zichzelf. Literatuur, muziek en kunst zijn de eerste en gevoeligste sferen waarin deze spirituele revolutie tastbaar wordt. Ze reflecteren de duisternis van de actualiteit en laten de relevantie zien van wat aanvankelijk een klein lichtpuntje was, dat door maar enkelen opgemerkt werd en voor de overgrote meerderheid onbestaand is. Misschien keren ze zich op hun beurt ook naar de duisternis, maar aan de andere kant keren ze zich af van het onbezielde leven van het heden in de richting van substanties en ideeën die de vrije ruimte geven aan de immateriële drijfveren van de ziel.”

10 thoughts on “Twintigste eeuwse Hocus Pocus (1)

  1. Over psychedelische lectuur gesproken, ik werd net aangevallen door een anoniem iemand over God waar ik uren over nadacht maar het tegenwoord niet kon geven, ik begreep het niet, zo gecompliceerd was het. Dit was de eerste keer Jeroen dat iemand mij schaakmat zette. Toen ik eenmaal een half biertje op had gaf ik hem een pak slaag. Hema dacht dat het waarschijnlijk Arend Zeevat was. http://nieuwsbreker.wordpress.com/2014/04/21/pasen-zit-erop-bij-nieuwsbreker/

  2. @Nieuwsbreker: Wat vind je dan van God? Wat bedacht je er allemaal over? Heb er zelf niet zoveel mee hoor, bezocht recentelijk nog wat kerken op zondag en kon er niets mee, behalve een “warm and fuzzy feeling”. Maar dacht er ook wel eens over na.

    Haha, Carl’s commentaar: “Pays-Bas dix points”

  3. Jeroen wat ik persoonlijk vind van God of Yahweh. Is dat ik ooit een verloren persoon was uit Rotterdam die alleen aan zichzelf dacht en in de zware criminaliteit terecht zou komen. Zoals ik al op mijn site zei: ik kreeg een bijbel in handen omdat mijn huisdier stierf en ik wou weten of er leven na de dood was om hem terug te zien. Mijn leven veranderde sindsdien en mijn ego was niet meer belangrijk en kreeg een geweten. Op dit moment Jeroen ben ik verre van perfect ook al geloof ik in onze schepper, en is er een strijd gaande. Aan de ene kant sta ik met het been in het kwaad en aan de andere kant in het goede. Als ik mijn zelf reflectie zie in de spiegel weet ik niet wie ik ben, aan de andere kant: wie je bent is wie je kiest te zijn en wilt zijn. Ik hoop slechts in de hemel te komen Jeroen. Wie weet lukt het en wie weet ook niet.

    • @Nieuwsbreker

      Ja, de ene keer ben je heel heftig negatief en de andere keer een toffe gast, dat herken ik wel. Maar wat las je dan in de bijbel dat zo hard bij je binnenkwam en waarom ben je zo zwart/wit? Of ging je naar een bijeenkomst en werd je daardoor geraakt?

  4. Heel interessant artikel Jeroen. Ik zal eens proberen of ik zo” n boek weg kan krijgen als leek zijnde.

  5. Jeroen in die tijd ging het gewoon niet goed nu ik erop terug kijk. Als kleuter groeide ik al op met criminele familie en top criminelen in de begin jaren 90. Als je zo opgroeit eindig je ook zo. Ik had bijna geen emoties en gaf niet om de zwakkeren dat was mijn probleem niet. Ik gaf alleen om mijzelf en mijn naasten. Ik heb 6 jaar voor mijn huisdier gezorgd die we kregen van een oude oma die bang was dat haar kleinzoon die junk was hem zou verkopen. Uiteindelijk is hij gestorven in de nacht aan paratyfus. Net nadat hij was gestorven werd het zwart om mijn heen in huis en zag ik hem kijken naar me niet begrijpend waarom ik huilde. Ik dacht dat ik krankzinnig was geworden van verdriet. Later vroeg ik een vriend of er leven was na de dood, want ik wou hem ooit terug zien. Hij regelde een bijbel met de naam het boek. Op een of andere manier werd ik wakker geschud en begreep dat er een schepper was die mij wilde wekken. Er ging een tijd overheen en ik zei tegen hem, ik werk voor jou en jij geeft mij een plek in de hemel zodat ik herenigd kan worden met mijn huisdier. Niet veel later begon ik nieuwsbreker waar ik aandacht gaf aan geloofs artikels om mensen wakker te schudden en te vechten voor de zwakkeren in de hoop dat doel te bereiken. Wat betreft mijn tweezijdige kant, ja die heb ik zeker en wou dat dat anders was. Als ik in de spiegel kijk zie ik aan de ene kant die jongen die bereid was te moorden zonder spijt/medeleven of wroeging, aan de andere kant zie ik een persoon met een hart.

  6. @Nieuwsbreker
    De toneelschool is mogelijk iets voor je. Verder zie ik wel wat mogelijkheden voor je als de nieuwe virtuele
    Tommy Cooper. Vooral doorgaan………!

  7. Beste Nieuwsbreker,
    Op gevaar af in een overloze discussie te verzanden (wat ik al te vaak heb gedaan op andere hangplekken) : waarom zou je een geloof nodig hebben om “goede” dingen te doen?
    Ik probeer te leven vanuit liefde, intentie en respect naar mensen toe en ik geloof (!) dat God in mijzelf zit.
    En in jou en in iedereen.
    Waarom zou ik die extern moeten zoeken? Alles zit in jezelf!
    Externaliseren is het kanaliseren van angst, dat blijt ook uit jouw redenering dat je “iets” doet of moet doen om “in nde hemel” te komen.
    Maar die hemel, die maak je zelf! En wel hier op aarde, daar begin je mee.
    In je eigen kleine kringetje van familie, vrioenden, bekenden.

    Evengoed respect voor je instelling en ontworsteling aan het milieu waar je blijkbaar eerder in zat. Dat is niet makkelijk (en geloof me: been there, done that).

    PS excuses voor mijn domme screennaam, ik log in via Google en weet niet hoe ik die kan veranderen.

Reacties zijn gesloten.