De nachtegaal en de koekoek

 

Nachtegaal en Koekoek streden
Om den zangprijs van het dal.
Hoe gelukkig zal hy wezen
Die dien zangprijs winnen zal!

Koekoek sprak: ik weet een regter,
Die ons vonnis wijzen kan.
Ooren heeft hij om te hooren
Grooter dan de groote Pan

De ezel kwam, men gaat aan ’t zingen
Langoor bromt eens in de keel,
Rekt zich uit, en geeuwt en luistert
Naar het lied van Filomeel

Wind en bosch en stroomen zwegen.
Eindelijk zegt hy: ‘Gants niet kwaad;
Maar het is te wild gezongen,
En het blijft niet in de maat.’

Na een korte poos gegrinnik
Geeft hy d’ ander ook gehoor,
Koekoek flux aan ’t koekoekschreeuwen,
Koekoek, koekoek, na als voor.

‘Bravo! ja, dat noem ik zingen,
(Zegt hy) dat ’s de rechte toon!
’t nachtegaaltjen piept wel aardig,
Maar de koekoek spant de kroon,

Dat zijn klinkklaar zuivere jamben;
das een maat naar mijn verstand:
Daar is ’t zoet by in te slapen;
‘k hou niet van den Griekschen trant.

 

Bron: De dichtwerken van Willem Bilderdijk

Advertenties